Zijn verkiezing

Op 13 maart 2013 werd de “opvolger” van Paus Benedictus XVI gekozen: Paus Franciscus. Echter, die verkiezing was totaal ongeldig.

Aftreden van Benedictus was ongeldig

Want toen Hij Simon vroeg wat de mensen dachten over Hem, antwoordde hij: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de Levende God.” Waarop onze Heer, Messias en Verlosser antwoordde: “Gezegend zijt gij, Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben dit aan u geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is. En ik zeg tot u: Gij zijt Petrus, en op deze steenrots zal ik mijn Kerk bouwen, en de poorten der Hel zullen haar niet overweldigen. En ik zal u de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven. En wat gij zult binden op aarde, zal ook gebonden zijn in de hemel; en wat gij zult ontbinden binden op aarde, zal ook worden ontbonden in de hemel.” (Matt. 16)

We slagen er vaak niet in te begrijpen, dat door een Goddelijke belofte, God, die niet kan gebonden zijn aan en geen verplichtingen kan hebben tegenover de mens, zich desalniettemin heeft gebonden aan de mens en zichzelf heeft verplicht wat Hij heeft beloofd. Met betrekking tot het Petrusambt (munus petrinum), heeft Christus zelf zich in feite verbonden aan de officiële daden van de Roomse Paus en diens woorden. Hij heeft dus gewild als God, om niet te handelen indien de Roomse Paus Hem dit niet toestaat, en om te handelen wanneer de Roomse Paus Hem toestaat dit te doen.

Terwijl dit binden van God aan Petrus niet universeel is, betreft het niettemin de Pauselijke Daden, waar de man die Paus is, handelt als paus. Het betreft ook de man die de paus is, terwijl hij ook een gewone mens is, in de kwestie van het aanvaarden en afstand doen van het Pauselijk Ambt (munus petrinum). Want wanneer een man zijn verkiezing of acclamatie tot Paus aanvaardt, verleent Christus aan die man het ambt en de gave van de genade (munus) die Hij aan Sint Petrus gaf, en die doorgegeven moet worden aan de bisschoppen van Rome tot het einde der tijden. De Kerk, in haar wijsheid, heeft dit ambt en deze gave van genade met het enige Latijnse woord aangeduid, dat zowel ambt als gave betekent: “munus.” Geen ander Latijns woord heeft zo’n betekenis. Paus Johannes Paulus II, als wetgever van de Nieuwe Codex van de Canonieke Wet, die in 1983 werd afgekondigd, voegde dat woord toe aan Canon 332 § 2, als de fundamentele voorwaarde, om de erkenning van een pauselijk ontslag in gang te steken.

CANON 332 § 2.

Si contingat ut Romanus Pontifex muneri suo renuntiet, ad validitatem requiritur ut renuntiatio libere fiat et rite manifestetur, non vero ut a quopiam acceptetur.

De wet van de Kerk is duidelijk: een paus treedt af wanneer hij afstand doet van zijn munus (muneri suo renuntiet). En de geldigheid van zo’n aftreden komt voort uit de daad zelf wanneer het gebeurt conform de normen van de wet (rite manifestetur) en vrij is (dus niet gedwongen).

Terwijl mensen dat woord in Canon 332 §2 kunnen negeren, kan Christus dat niet. Dit is geen overdrijving, niet zomaar een menselijke opinie. Omdat het vanuit Goddelijk Geloof is dat Christus beloofde te binden en los te maken volgens het woord van zijn Vicaris. Zijn Vicaris, in het toevoegen van dat woord aan de canon betreffende het pauselijk aftreden, deed Christus zich ertoe binden om het ambt en de gave van genade (munus) niet te ontnemen, indien er geen afstand werd gedaan van de munus.

Benedictus heeft herhaalde keren benadrukt dat hij vrijwillig aftrad, dat zij aftreden geldig is enz… maar verandert niets aan het feit dat hij geen afstand deed van de Munus.  Benedictus deed in zijn toespraak op 11 februari, en op 28 feburari 2013 afstand van het “ministerium” of de uitoefening van het ambt, maar niet van de munus of het ambt zelf. Vandaar dat hij ook verder als “Zijne Heiligheid” wilde aangesproken worden, witte gewaden, het Pauselijk pectoraalkruis enz wilde blijven dragen, en het Pauselijk wapenschild wilde blijven gebruiken. In het artikel van 2016 “Paus Benedictus op de vraag of hij de laatste paus is: ‘Alles is mogelijk’” schreven we:

Socci herinnert ons dat de figuur van een “paus emeritus” volledig onbekend is in de Kerkgeschiedenis en benadrukt de canon dat een paus die zijn ambt verlaat, automatisch terugkeert tot de status die hij had voor zijn verkiezing, omdat het pausschap, in tegenstelling tot de bisschoppelijke wijding, geen sacrament is. Terwijl de bisschoppen dus bisschoppen blijven, zelfs als ze niet langer een jurisdictie hebben, is dit niet het geval met een paus. Desalniettemin kondigde Benedictus in de laatste dagen van zijn pontificaat aan, tegen de mening van alle canonisten in, dat hij “paus emeritus” zou worden na zijn aftreden. Hij gaf een canonieke noch theologische rechtvaardiging voor zijn ongewone stap, die zelfs nog ongewoner was dan het aftreden zelf. Tijdens zijn laatste audiëntie op 27 februari zei hij: “Mijn beslissing om de actieve versie van het ambt te verlaten betekent niet dat het wordt teruggetrokken (het paus zijn).” Hij koppelde deze verklaring aan de aankondiging dat hij in het Vaticaan zou blijven en verder het gewaad van een paus en het pauselijk wapenschild zou dragen, en dat hij nog steeds bij zijn pauselijke naam wilde genoemd worden, inclusief de eretitel “Zijne Heiligheid”

“Dat was genoeg om de vraag te stellen van wat er aan het gebeuren is, en of hij zich echt wel terugtrok van het pausschap.” Vandaar dat Socci al van in 2013 zijn bezorgdheid over het ongewone aftreden en het daaropvolgende conclaaf in diverse artikels duidelijk maakte. Ondertussen onderzocht de canonist Stefano Violi de verklaring of “Declaratio” waarmee Benedictus zijn aftreden aankondigde, en hij kwam tot de conclusie: “Benedictus ging akkoord om het ministerium (de bediening) te verlaten: niet het pausschap onder de bepalingen van Bonifatius VIII, noch de munus (het ambt zelf) volgens Canon 332 §2, maar het ministerium, of zoals verklaard in zijn laatste audiëntie: de actieve uitoefening van het ministerie.

De heilige Hiërarchie, en in het bijzonder het College van Kardinalen, moet deze fundamentele theologische waarheid erkennen, en terugkeren naar een correcte erkenning van de feiten van dit geval. Ze moeten negeren wat de mensen zeggen over wat gebeurde op 11 februari 2013, op basis van wat een verslaggever met weinig kennis van Latijn dacht dat Benedictus zei. Ze moeten negeren wat allen denken dat wat die daad betekende. Ze moeten enkel en alleen zich baseren op Canon 332 §2, volgens wat die canon zegt in z’n officiële Latijnse tekst. Ze moeten het lezen in samenspraak met canon 17 en de tekst Non solum propter.

Ze moeten erkennen dat, wanneer de Vicaris van Christus geen afstand doet van het ambt en de gave van genade die Christus aan hem alléén gaf, Christus dit niet aan een ander kan doorgeven, zelfs indien de hele Kerk wil dat Hij het doorgeeft. Hij kan niet handelen totdat zijn Vicaris handelt. En zelfs indien Zijn Vicaris verward is ten gevolge van hoge leeftijd, kan Hij niet handelen.

Dus, is het onbetwistbaar waar dat Paus Benedictus XVI nog steeds de Paus is, en dat Christus zelf enkel Benedictus beschouwt als Zijn Vicaris op Aarde. God zelf kan niet anders handelen. Hij kan zijn belofte aan Petrus niet breken.

Samenzwering van de Mafia van Sankt Gallen

Volgens de Encycliek Universi Dominci Grecis van Paus Johannes Paulus II is het samenzweren tegen een paus, en het plannen van een opvolger zonder de zittende paus hierover in te lichten een misdrijf dat wordt gestraft met automatische excommunicatie:

Betreffende de voorschriften van mijn Voorgangers, verbied ook ik eveneens eenieder, zelfs al is hij een Kardinaal, tijdens het leven van de Paus en zonder hem geraadpleegd te hebben, plannen te maken betreffende de verkiezing van zijn opvolger, of om stemmen te beloven of beslissingen te maken betreffende hem, in private vergaderingen. (UDG nr. 79)

De Kardinaal-kiezers zullen verder zich onthouden van enige vorm van pact, overeenkomst of andere verplichting van enige aard die hen zou kunnen verplichten om hun stem te geven of te weigeren aan een persoon of personen. Indien dit effectief zou gedaan zijn, zelfs onder eed, verklaar ik dat zo’n verplichting nietig en leeg zal zijn en dat niemand ertoe gebonden zal zijn om het na te leven; en ik leg hierbij de straf van excommunicatie latae sententiae (=automatisch) op aan diegenen die dit verbod schenden. Het is echter mijn intentie niet om tijdens de periode waarin de Stoel vacant is, om gedachten uit te wisselen betreffende de verkiezing. (UDG nr. 81)

Hoe heeft Paus Franciscus zich hieraan schuldig gemaakt? Hij was betrokken bij de Mafia van Sankt-Gallen, die samenzweerde tegen Paus Benedictus XVI en de keuze van de nieuwe paus wilde beïnvloeden.

De zeven leden van de samenzwering worden door Dr. Ive­reigh in zijn boek ‘De grote hervormer- paus Franciscus en de totstandkoming van een radicale paus’ bij name genoemd: Kardinaal Jorge Mario Bergo­glio, Kardinaal Cormac Murphy-O’Connor, Kardinaal God­fried Danneels, Kardinaal Karl Lehman, alsook Kardinaal Walter Kasper, Kardinaal André Armand Vingt-Trois, Kar­dinaal Santos Abril y Castelló, en Kardinaal Christoph Schön­born; en zijn beter bekend met de naam “Team Bergoglio”.

Kardinaal Danneels kwam daar in 2015 openlijk voor uit:

Dit is op grond van Universi Dominic Grecis verboden, waardoor ieder die daarbij betrokken was, automatisch geëxcommuniceerd is. In het Canoniek Recht staat dat de pauskeuze van Bergoglio toch geldig zou geweest zijn, indien de gekozen ‘paus’ niet bij de samenzwering zou betrokken geweest zijn. Maar dat is hier dus niet het geval: Bergoglio is geëxcommuniceerd en volgens het Canoniek Recht mag iemand die geëxcommuniceerd is geen kerkelijk ambt uitoefenen; dus ook geen paus zijn:

Canon 1331:

§ 1 Het is de geëxcommuniceerde verboden:

  1. enige bediening te vervullen in de viering van het Offer van de Eucharistie of in welke andere cultusplechtigheden ook;
  2. Sacramenten of sacramentaliën te vieren en Sacramenten te ontvangen;
  3. kerkelijke ambten of bedieningen of gelijk welke taak uit te oefenen of bestuurshandelingen te stellen.

§ 2 Indien een excommunicatie opgelegd of verklaard is:

  1. moet de schuldige, indien hij handelen wil tegen het voorschrift van § 1, nr. 1, geweerd worden of moet de liturgische handeling beëindigd worden, tenzij een ernstige reden in de weg staat;
  2. stelt de schuldige ongeldig de bestuurshandelingen die volgens § 1, nr. 3, ongeoorloofd zijn;
  3. is het de schuldige verboden te genieten van de privileges die hem vroeger verleend zijn;
  4. kan de schuldige een waardigheid, een ambt of een andere taak in de Kerk niet geldig verkrijgen;
  5. verwerft de schuldige niet de vruchten van een waardigheid, van een ambt, van enige taak en van een uitkering die hij in de Kerk heeft.

Paus Franciscus kan dus onmogelijk de paus zijn, ook al draagt hij de gewaden en resideert hij in het Vaticaan.

Dit komt dan ook overeen met de profetie van de H. Franciscus van Assisi, die in 1226 zei dat er in een tijd van verdrukking een paus op niet-canonieke wijze zou verkozen worden, en dat hij daarom de antipaus zou zijn. De wijze was niet canoniek omdat volgens Canoniek Recht de verkozen “paus” geen paus mag zijn, vanwege zijn betrokkenheid bij de samenzwering.

Dus: Paus Franciscus is géén paus op grond van twee redenen: het aftreden was ongeldig, waardoor het conclaaf dat bijeen werd geroepen ook ongeldig was en de nieuwe “paus” die daaruit zou volgen sowieso niet de paus zou zijn. Maar daarbovenop is ook de verkiezing nog eens ongeldig omdat het gebeurde middels een samenzwering tijdens een nog zittende paus, iets dat gestraft wordt met excommunicatie, en het is de geëxcommuniceerde verboden een kerkelijk ambt te bekleden. Paus Franciscus is dus gewoon nog steeds: Kardinaal Bergoglio.

Advertenties