Amoris Laetitia

Op 8 april 2016 verscheen de Post-Synodale Exhortatie Amoris Laetitia. Dit document handelt over het huwelijk en de familie, maar wil de leer van de Kerk hierover niet bevestigen, maar onderuit halen. Het document stelt dat mensen die in overspel leven toch kunnen groeien in hun geloof, en toegelaten mogen worden tot de sacramenten. En de vleselijke lust en de erotiek wordt erin voorgesteld als een gave van God, terwijl het de vrucht van de zondeval is.

Een analyse van Amoris Laetitia door de stichting Voice of the Family:

De promulgatie van de Apostolische Exhortatie Amoris Laetitia door paus Franciscus betekent de conclusie van een synodaal proces dat beheerst werd door pogingen om de katholieke leer te ondermijnen rond zaken betreffende het menselijk leven, huwelijk en gezin, rond vragen over maar niet beperkt tot de onontbindbaarheid van het huwelijk, geboorteregeling, kunstmatige methodes van voortplanting, “genderideologie” en de rechten van ouders en kinderen. De pogingen om de katholieke leer te verdraaien hebben het getuigenis van de Kerk tegenover waarheden van natuurlijke en bovennatuurlijke orde verzwakt en ze hebben het welzijn van het gezin bedreigd, in het bijzonder van zijn zwakste en meest kwetsbare leden.

De Apostolische Exhortatie Amoris Laetitiae is een erg lang breedvoerig document, dat een grote verscheidenheid van onderwerpen met betrekking tot het gezin bespreekt. Er staan veel passages in die getrouw de katholieke leer weerspiegelen, maar dit kan de ernst niet verminderen van die passages die de leer en de praktijk van de katholieke Kerk ondermijnen.

Toelating van de “hertrouwde gescheidenen” tot de Heilige Communie

Amoris laetitia stelt in hoofdstuk VIII (par. 291-312) een aantal benaderingen voor die voor de “hertrouwd gescheiden” katholieken de weg bereiden voor het ontvangen van de Heilige Communie zonder dat ze echt berouw hebben en hun leven beteren. Deze paragrafen bevatten:
(i) verwarde uiteenzettingen van de katholieke leer betreffende de aard en de gevolgen van doodzonden, betreffende de toerekenbaarheid van zonde, en over de aard van het geweten;
(ii) het gebruik van ideologische taal in plaats van de traditionele terminologie van de Kerk;
(iii) het gebruik selectieve en misleidende citaten uit vroegere kerkelijke documenten.

Een bijzonder verontrustend voorbeeld van een foutief citaat van de vroegere leer vinden we in paragraaf 298 dat een woord van paus Johannes Paulus II aanhaalt uit Familiaris Consortio, dat er namelijk situaties bestaan “waar om ernstige reden, zoals de opvoeding van kinderen, een man en een vrouw niet kunnen voldoen aan de verplichting om te scheiden”. In Amoris Laetitia echter wordt het tweede deel van de zin van paus Johannes Paulus II weggelaten. Daarin zegt hij dat zulke paren “de plicht op zich nemen in volledige onthouding te leven, dat wil zeggen door te af te zien van daden die eigen zijn aan getrouwde stellen” (Familiaris Consortio nr. 84).

Verder lezen we in de voetnoot bij dit misleidende citaat: “In dergelijke situaties, zo zeggen veel mensen die de mogelijkheid kennen en aanvaarden die de Kerk hen biedt om ‘als broer en zus’ samen te leven, dat ‘ het dikwijls gebeurt dat de trouw in gevaar komt en het welzijn van de kinderen eronder lijdt’ (Vaticanum II, Pastorale Constitutie Gaudium et Spes, 51) als bepaalde uitingen van intimiteit niet meer plaats vinden.”

Het document verwijst naar deze foutieve visie maar verklaart niet waarom het een verkeerde aanpak is. Het is namelijk zo dat:

(i) Alle seksuele daden buiten een geldig huwelijk zijn intrinsiek slecht en het is nooit te rechtvaardigen een intrinsiek slechte daad te stellen, zelfs niet om iets goeds te bereiken.
(ii) “De trouw komt in gevaar” door daden van seksuele intimiteit buiten het huwelijk; daarentegen wordt de trouw beleefd als twee personen in een ongeldige verbintenis afzien van seksuele intimiteit in trouw aan hun oorspronkelijke verbintenis, die geldig blijft.
(iii)Het citaat stelt dat de kinderen zullen lijden omdat hun ouders, met de hulp van Gods genade, kuis leven.

Het document citeert Gaudium et Spes maar de passage is uit de context gehaald en ondersteunt het aangevoerde argument niet. De context maakt duidelijk dat Gaudium et Spes het heeft over gehuwde katholieken, in samenhang met de voortplanting, niet over mensen die samenleven in een ongeldige verbintenis. De volledige “zin luidt als volgt: “Waar nu de intimiteit van het huwelijksleven wordt stil gelegd, kan de huwelijkstrouw niet zelden gevaar lopen en het welzijn van de kinderen schade lijden” (Gaudium et Spes 51).

Het is daarom moeilijk om niet te concluderen dat de Apostolische Exhortatie op zijn minst de mogelijkheid oppert dat overspelige seksuele daden in sommige gevallen te rechtvaardigen zijn en dat zij Gaudium et Spes foutief citeert om er een grond voor aan te voeren. Andere benaderingen die de katholieke leer rond het ontvangen van sacramenten ondermijnen zullen later door Voice of the Family worden besproken.

Rechten van ouders en seksuele opvoeding

Amoris Laetitia bevat een gedeelte dat is getiteld ”De noodzaak van seksuele opvoeding” (pr. 280-286). Dit gedeelte omvat meer dan vijf pagina’s zonder ook maar naar de ouders te verwijzen. Anderzijds wordt er wel verwezen naar “opvoedingsinstituten”. Maar seksuele opvoeding is toch “een fundamenteel recht en een fundamentele plicht van de ouders” en “Het moet steeds plaatsvinden onder hun zorgzame leiding, hetzij thuis, hetzij in de opvoedingscentra die door hen gekozen zijn en gecontroleerd worden.” (Paus Johannes Paulus II, Familari consortio, nr. 37) Het weglaten van deze leer zet ouders ernstig in de kou in een tijd dat de rechten van ouders betreffende de seksuele opoeding in veel landen van de wereld en bij internationale instellingen onder voortdurende en ernstige aanvallen liggen. In dit gedeelte citeert Amoris Laetitia geen enkele van de vroegere kerkelijke documenten die dit recht duidelijk bevestigen; het citeert daarentegen een psychoanalist, Erich Fromm, behorend bij de Frankfurter school. De eerdere verwijzingen in het document naar het recht van de ouders (par. 84) zijn natuurlijk welkom maar kunnen niet goedmaken dat de ouders uit dit gedeelte zijn uitgesloten.

Homoseksuele verbintenissen

Amoris laetitia volgt dezelfde benadering als in de synodedocumenten en dat houdt in dat “gelijkgeslachtelijke verbintenissen” een “zekere stabiliteit” kunnen bieden en een soort gelijkenis of verwantschap met een huwelijk hebben. Het document zegt:

“Wij moeten erkennen dat er een grote variëteit van gezinsrelaties bestaat die een zekere stabiliteit kunnen bieden, maar de facto of gelijkgeslachtelijke verbintenissen, bijvoorbeeld, mogen niet zomaar gelijk gesteld worden met het huwelijk.” (Par. 53)

Er bestaat een grote druk op internationale instellingen om het traditionele begrip van gezin te verwerpen door een taalgebruik dat verwijst naar “variëteit” of “diversiteit” in gezinsvormen. De implicatie dat “gelijkgeslachtelijke verbintenissen een deel vormen van de “grote variëteit aan gezinssituaties” is precies datgene waartegen de pro-family beweging zo’n harde strijd voert. Door een dergelijke taalgebruik ondermijnt de Apostolische Exhortatie het werk van de pro-family beweging die de ware definitie van gezin wil beschermen en bijgevolg ook de kinderen wil beschermen die afhankelijk zijn van de gezinsstructuur zoals die voor hun welzijn en gezonde ontwikkeling door God gewild is. We moeten wel opmerken dat in par. 251 de authentieke leer van de Kerk opnieuw is bevestigd dat “er geen redenen zijn om homoseksuele verbintenissen op welke wijze dan ook als gelijk of zelfs in verste verte niet als analoog aan Gods plan met het huwelijk te beschouwen”.

Genderideologie

Amoris laetitia onderschrijft een centraal aspect van de “genderideologie” door te beweren dat “benadrukt dient te worden” dat biologische sekse en socio-culturele ‘gender’ kunnen worden “onderscheiden maar niet gescheiden” (par. 56). Het aanvaarden van het onderliggend principe van de gendertheorie ondermijnt de anderzijds welkome kritiek op deze ideologie en haar uitwerkingen. Het foutieve idee dat je biologische sekse kunt onderscheiden van de zogenaamde “gender” werd voor het eerst gelanceerd in de jaren 50 van de vorige eeuw en is het fundament van de “genderideologie”. Verzet tegen de gevolgen van de “genderideologie” zal onmogelijk zijn als het foutieve basisprincipe ervan aanvaard is.

Aanvallen op onschuldig menselijk leven

Amoris laetitia heeft het niet over de schaal waarop het ongeboren leven, de ouderen en de gehandicapten worden bedreigd. Conservatieve schattingen geven aan dat in de laatste eeuw meer dan een miljard ongeboren levens door abortus zijn vernietigd. Toch zijn er in een document over uitdagingen aan het gezin, dat 263 pagina’s lang is, slecht een klein aantal terloopse verwijzingen naar abortus. Er is geen sprake van de vernietiging die veroorzaakt wordt door kunstmatige voortplantingsmethodes die ook het verlies van miljoenen mensenlevens tot gevolg hebben. De afwezigheid van een serieuze bespreking van de aanvallen op het ongeboren leven is in deze samenhang een ernstige nalatigheid.
Er is ook slechts een minimale verwijzing naar euthanasie en hulp bij zelfmoord ondanks de groeiende druk in de wereld om dit te legaliseren. Het nalaten van een afdoende bespreking van deze dreiging is eveneens een zeer te betreuren nalatigheid.

Kunstmatige geboorteregeling

Amoris laetitia verzuimt het om de katholieke leer over het gebruik van voorbehoedsmiddelen te bevestigen. Dit is een zorgwekkende nalatigheid, gegeven het feit dat (i) de scheiding tussen voortplanting en liefde bij de seksuele handeling de voornaamste katalysator is voor de cultuur van de dood en dat (ii) er wijd verspreide ongehoorzaamheid aan en kennis van de kerkelijke leer op dit terrein, juist omdat de hiërarchie deze waarheid niet communiceert. De bespreking van het geweten in het document is eveneens gebrekkig zowel in par. 222 waar het gaat over “verantwoord ouderschap” als in hoofdstuk VIII waar het gaat over de toelating tot de sacramenten van mensen die in publiek overspel leven. Par. 303 baart bijzondere zorg, met name in de volgende bewering: “Toch kan het geweten meer doen dan erkennen dat een gegeven situatie objectief niet overeenkomt met de volledige eisen van het evangelie. Het kan ook in oprechtheid en eerlijkheid herkennen wat op dit moment het meeste edelmoedige antwoord is dat aan God gegeven kan worden en het kan met een zekere morele zekerheid gaan zien wat God zelf in de concrete complexiteit van iemands beperkingen vraagt, al is dat niet volledig het objectieve ideaal. Laten we er in ieder geval aan denken dat dit inzicht dynamisch is; het moet steeds open blijven voor nieuwe stadia van groei en voor nieuwe beslissingen die er toe leiden dat het ideaal vollediger wordt gerealiseerd.”
Deze bewering lijkt uit te gaan van een foutief verstaan van “de wet van de geleidelijkheid” en suggereert dat er bepaalde gelegenheden zijn waarin de zonde niet alleen onvermijdelijk is maar zelfs actief door God voor die persoon gewild wordt. Dat zou volledig onaanvaardbaar zijn.

Conclusies

Dit is slechts een korte inleiding in de zeer talrijke problemen die we in Amoris laetitia vinden. Er is verdere studie nodig om volledig alle implicaties van de tekst te beschrijven maar het is nu al overduidelijk dat het document niet in staat is een heldere en getrouwe uiteenzetting te geven van de leer van de katholieke Kerk en van de discipline die daarmee onlosmakelijk is verbonden. Ons beginoverzicht geeft voldoende reden om dit document te zien als een bedreiging voor de integriteit van het katholieke geloof en het authentieke welzijn van het gezin.


Lezing van Mgr. Athanasius Schneider over Amoris Laetitia

schneider

Bisschop Athanasius Schneider gaf op 5 december in Rome een lezing, waar hij brandhout maakte van Amoris Laetitia. Hij zei al eerder dat de dwalingen van Amoris Laetitia “zich zullen uitzaaien zoals een kankergezwel.”

Hij begon zijn lezing met Christus aan te halen, die 2000 jaar geleden op aarde kwam om de Waarheid te verkondigen. De meerderheid van de Israëlieten, en dan vooral de Farizeeën en de Schriftgeleerden, hadden het Magisterium van Christus verworpen, inclusief de verkondiging van de absolute onverbreekbaarheid van het huwelijk.  “Jezus Christus is de hersteller van de onverbreekbaarheid en van de oorspronkelijke heiligheid van het huwelijk, niet enkel door Zijn goddelijk woord, maar op een meer radicale manier, door Zijn verlossende dood, waarmee hij de natuurlijke waardigheid van het huwelijk verhief tot de waardigheid van een sacrament.”

“De apostelen en hun opvolgers, in de eerste plaats de Roomse pausen, hebben de onbetwistbare Leer van het Vleesgeworden Woord betreffende de heiligheid en de onverbreekbaarheid van het huwelijk vroom bewaakt en getrouw doorgegeven, ook met betrekking tot de pastorale praktijk. Deze Leer van Christus wordt geuit in de volgende bevestiging van de Apostel: “Laat het huwelijk door iedereen geëerd worden en laat het huwelijksbed onbezoedeld zijn. Maar hoerenlopers en overspelers zal God oordelen.” (Heb. 13,4), en “Doch aan de getrouwden gebied niet ik, maar de Heer, dat de vrouw van de man niet mag scheiden, en indien zij ook scheidt, laat zij dan ongetrouwd blijven, of zich met de man verzoenen; en dat de man de vrouw niet mag verlaten” (1 Kor. 7,10-11). Dit geïnspireerde woord van de H. Geest werd altijd verkondigd in de Kerk voor 2000 jaar, dienst doend als een bindende richtlijn en als een onmisbare norm voor de sacramentele discipline en het praktische leven van de gelovigen.”

Schneider ging verder met te zeggen dat “het gebod om niet te hertrouwen na een scheiding van een wettelijke echtgenoot in principe niet een positieve of canonieke norm van de Kerk is, maar het Woord van God, zoals de H. Apostel Paulus leerde: ‘Niet ik, maar de Heer beveelt’. De Kerk heeft ononderbroken dit woord verkondigd, en verboden dat de geldig getrouwde gelovigen een poging zouden ondernemen om te huwen met een nieuwe partner.” Ten gevolge hiervan “heeft de Kerk, in overeenstemming met menselijke en goddelijke rede, niet de autoriteit om, zelfs impliciet, een buitenechtelijke verbintenis goed te keuren, buiten een geldig huwelijk, en zo’n mensen toe te laten tot de H. Communie.”

Vervolgens zei hij: “Een kerkelijke autoriteit die normen of pastorale begeleiding uitvaardigt, die zo’n toelating voorziet, eigent zichzelf een recht toe die God hem niet gegeven heeft. Een pastorale begeleiding en onderscheiding die de overspelige persoon, de zogezegde hertrouwde gescheidene, de goddelijk gegrondveste verplichting niet meedeelt om te leven in onthouding, als een essentiële voorwaarde voor toelating tot de sacramenten, stelt zichzelf in werkelijkheid voor als een arrogante vorm van klerikalisme, omdat er geen klerikalisme bestaat dat zo Farizeesch is als datgene dat zichzelf rechten toe-eigent die gereserveerd zijn voor God.”

Een getuigenis uit de eerste eeuwen na Christus

Schneider haalde vervolgens een fragment aan uit een geschrift van een priester uit het begin van de tweede eeuw, die zichzelf ‘De Herder van Hermas’ noemde. De tweede dialoog tussen Hermas en de boete-engel die aan hem verscheen in de vorm van een herder, demonstreert de bewonderenswaardige helderheid in de onveranderlijke leer en praktijk van de Katholieke Kerk op dit gebied: “Wat, o heer, zal de man doen als zijn vrouw volhardt in deze lust van overspel?” “De man scheidt van haar en blijft alleen. Als hij, nadat hij zijn vrouw verlaten heeft, een andere vrouw trouwt, pleegt hij ook overspel.” “Als, o heer, de vrouw, nadat ze werd verlaten, zich bekeert en terug wil keren naar haar man, zal ze niet in ere hersteld worden?” “Ja, en als de man haar niet ontvangt, zondigt hij en wordt hij schuldig aan een grote fout. Hij zou in de plaats daarvan diegene moeten ontvangen die gezondigd heeft en zich heeft bekeerd… Vanwege de mogelijkheid van zo’n bekering, mag de man niet hertrouwen. Deze richtlijn geldt zowel voor de vrouw als de man. Er is niet enkel overspel indien men z’n eigen vlees bezoedelt, maar ook diegene die handelt zoals de heidenen is een overspeler… Om die reden was het bevolen dat men alleen blijft, zowel de man als de vrouw. Men kan zich bekeren… maar diegene die heeft gezondigd, mag niet opnieuw zondigen.” (Shepherd of Hermas, Vierde gebod, 1)

De eerste klerikale zonde

“We weten dat de eerste grote klerikale zonde, de zonde was van de hogepriester Aaron, toen hij toegaf aan het onbeschaamde verzoek van zondaars en hen toeliet om het idool van het gouden kalf te vereren (Cf. Exod. 32,4), waarbij in dit geval de wil en het Woord van God vervangen werd door de zondevolle wil van de mens.” Schneider zei dat hij zijn daad van slecht klerikalisme rechtvaardigde door toevlucht te nemen tot zogezegde barmhartigheid en zijn begrip voor de noden van de mens.

“De eerste klerikale zonde herhaalt zich vandaag in het leven van de Kerk. Aaron had toestemming gegeven om te zondigen tegen het Eerste Gebod van de Decaloog van God en en om tegelijkertijd onbezorgd en tevreden te zijn dit te doen, en de mensen waren inderdaad aan het dansen. Dit was een geval van vreugdevolle afgoderij: “De mensen zaten neer om te eten en te drinken en stonden recht om te spelen” (Exod. 32,6). In plaats van het Eerste Gebod, zoals het was ten tijde van Aaron, vervangen vele geestelijken nu, zelfs op de hoogste niveaus, het Zesde Gebod door het nieuw idool van seksuele relaties tussen mensen die niet geldig getrouwd zijn. Dat is in zekere zin het Gouden Kalf dat door de geestelijken van vandaag wordt vereerd.”

amoris-laetitia-740x493

“De toelating van zo’n mensen tot het sacrament zonder hen te vragen om in onthouding te leven, als een essentiële voorwaarde, betekent in principe een toelating om in zo’n geval het Zesde Gebod niet na te leven.  Zo’n geestelijken, zoals nieuwe ‘Aarons’, stellen zulke mensen tevreden, zeggende dat ze onbezorgd en vreugdevol kunnen zijn, dat ze in de vreugde van overspel kunnen verdergaan vanwege een nieuwe ‘weg van liefdadigheid’ en vanwege het ‘moederlijke’ bewustzijn van de Kerk, en dat ze de voeding van de Eucharistie kunnen ontvangen. Met zo’n pastorale begeleiding maken de nieuwe ‘Aaronische’ geestelijken de Katholieken belachelijk tegenover hun vijanden, en dat is de ongelovige en immorele wereld, waar ze in staat zullen zijn om bijvoorbeeld te zeggen: “In de Katholieke Kerk kan men een nieuwe partner hebben naast een eigen echtgenoot, en de verbintenis met haar is in de praktijk toegelaten”; “In de Katholieke Kerk is ten gevolge hiervan een soort van polygamie toegelaten”; “In de Katholieke Kerk kan de inachtneming van het Zesde Gebod van de Decaloog, dat zo gehaat wordt door door een deel van onze moderne ecologische en verlichte samenleving, legitieme uitzonderingen hebben.”…

“Dit is hoe de vijanden van Christus en van de goddelijke waarheid beginnen te spreken, diegenen die de ware vijanden zijn van de Kerk. Door het werk van het nieuwe Aaronische klerikalisme, zorgt de toelating van diegenen die onbekeerd overspel praktiseren ervoor dat de kinderen van de Katholieke Kerk belachelijk gemaakt worden in de ogen van hun vijanden.”

Na nog een hele reeks heiligen aangehaald te hebben, eindigde Bisschop Schneider:

Moge de Heilige Geest onder alle leden van de Kerk, van de meest eenvoudige en nederige gelovigen tot de Opperste Herder, altijd meer talrijke en moedige verdedigers van de Waarheid van de onverbreekbaarheid van het huwelijk en de overeenstemmende onveranderlijke praktijk van de Kerk opwekken, zelfs als ze persoonlijke voordelen riskeren te verliezen. De Kerk moet meer dan ooit zich beoefenen in de verkondiging van de huwelijksleer en de pastorale zorg zodat in het leven van de echtgenoten en in het bijzonder de zogenaamde hertrouwde gescheidenen er kan nageleefd worden wat de Heilige Geest zei in de H. Schrift: “Laat het huwelijk door iedereen geëerd worden en laat het huwelijksbed onbezoedeld zijn.” (Heb. 13,4). Enkel een pastorale benadering tot het huwelijk dat de woorden van God serieus neemt, openbaart zichzelf als waarlijk barmhartig zijnde, omdat het de ziel van de zondaar leidt op het veilige pad naar eeuwig leven. En dat is wat telt.”

Advertenties